Iedereen worstelt wel eens met de vraag of je in jezelf iets kunt vinden waarop je je bestaan kunt baseren. Het is de moeder aller vragen; ‘Wie ben ik?’. Opvoeders stellen zich bewust of onbewust de vraag: ‘Wie ben jij? Wie ben jij, die in mijn leven komt en voor wie ik zorg draag?’.

Die vraag lijkt manifester te worden in de Jeugdzorg, vooral waar het gaat om uithuisgeplaatste kinderen. Door alle veranderingen en bezuinigingen is de continuïteit in het leven van deze kinderen in het geding. Het aantal medewerkers met vaste arbeidsovereenkomsten is drastisch gedaald, er wordt meer en meer gewerkt met flexibele inzet van medewerkers en gestreefd naar een snelle afbouw van verblijf.

Dit staat haaks op het belang van deze kinderen en jongeren. Ze zijn zo beschadigd door het leven dat er alleen herstel kan plaatsvinden in langdurende en veilige relaties. Het stond onlangs nog klip en klaar verwoord in een brief gestuurd door Defence for Children aan 400 wethouders. Een goede hulpverlener is volgens jongeren een vaste hulpverlener, die goed luistert, uitgaat van de positieve kanten van de jongere, betrouwbaar is en de jongere motiveert en betrekt bij de besluiten.

Opvoeden is aan verandering onderhevig. Na de Tweede Wereldoorlog karakteriseerde zij zich door overdracht van normen en waarden. Tegenwoordig zie je een gerichtheid op het unieke van die ene mens. Opvoeden is daarmee een gegeven wat in ontwikkeling is. Dat is geen theoretisch gebabbel, maar waarneming in bestaande praktijken. Begin februari had ik een bijeenkomst met directies van SOS-Kinderdorpen uit verschillende landen. Binnen die internationale praktijk is ook een verschuiving zichtbaar, van normatief en collectief opvoeden naar individuele benadering en maatwerk.

Als het dan zo is, dat opvoeden aan verandering onderhevig is, waarom dan niet nu, in deze turbulente tijd, de mouwen opstropen? Een verandering aanbrengen. Door echt invulling te geven aan de transformatiegedachte, die alsmaar niet op gang komt. Het kan, door de oervraag weer in ons te laten leven. Niet alleen bij de directe opvoeders, maar ook bij de beleidsmakers. Want dan doet die ander er toe in je handelen. Dan is Jeugdzorg niet alleen “werk”, maar ook samen-leven. Dan is Jeugdzorg geen geanonimiseerd proces, maar een levende noodzaak. Dan hebben ook deze jongeren bestaansrecht.

Gerard Besten
Bestuurder Gezinshuis.com