Hoe de reünie van het Jeugddorp De Glind op 11 oktober jl. leidde tot een nieuw inzicht over samenwerking tussen gezinshuis en gemeente.

Honderden oud-bewoners, -gezinshuisouders en -medewerkers ontmoetten elkaar op deze zonnige dag in oktober. In de maanden daaraan voorafgaand groeide via de social media de verwachting. Op Facebook werden oude contacten opnieuw ontdekt en bevestigd. En op 11 oktober waren er veel gehoopte en mooie ontmoetingen (kijk voor een impressie van deze dag op www.facebook.com/glindenreunie?fref=ts). De reünie in De Glind zorgde bij mij voor het inzicht dat gezinshuizen en gezinshuisouders gedragen worden door wederkerigheid.

Mede in het licht van de transitie verschijnen publicaties over opvoedingsthema’s. Deskundigen die daarover hun licht laten schijnen, neigen sterk naar problematiseren. Mij bekruipt met grote regelmaat een doe-toch-’s-normaal-gevoel. Zo las ik vrij recent dat uit Amerikaans onderzoek blijkt, dat een time-out schadelijk is voor de kinderziel. Het wordt zelfs als een vorm van kindermishandeling gelabeld. Vanuit een klinisch normatieve blikrichting wordt een oordeel geveld over een levende praktijk. Daarmee wordt m.i. geen bijdrage geleverd aan een beter opvoedingsklimaat, maar wordt de zoveelste beklemming aangebracht. Opvoeden is altijd relationeel.

Om de praktijk te ondersteunen moet de focus gericht worden op een vergroting van de mogelijkheden van kinderen en gezinshuisouders (ook wel ‘eigen kracht’ genoemd). Daarvoor is participatie nodig en geen normatieve benadering. Het gaat erom aan te haken bij de aspiratie van deze jongeren naar een (goede) toekomst. Het gaat erom aan te haken bij de aspiratie van gezinshuisouders deze jongeren een (goede) toekomst te geven.

Vrij recent verscheen de brochure ‘De kracht van het gewone leven’ van onder meer de VNG over gezinshuizen. De vermogens van gezinshuizen worden genoemd als bakens voor ontwikkeling en voorzien van bronvermeldingen. De derde aanbeveling in deze brochure aan gemeentes luidt: “Bezin je als gemeente op de vraag hoe gezinshuisouders in hun belangrijke rol nog beter ondersteund kunnen worden, zowel door de zorgaanbieders die de gemeente contracteert, als daar buiten. Bezuinigingen op speciaal vervoer en kortdurend verblijf (met name de logeervoorzieningen) raken gezinshuizen hard; ze verzwaren de draaglast van gezinshuisouders.”

Tijdens de reünie van het Jeugddorp de Glind zag ik met vreugde dat wethouder Van Daalen van de gemeente Barneveld meedeed. Ik zag dat hij links en rechts een praatje aanknoopte en indrukken opdeed. Daarin zie ik een voorbeeld hoe gemeentes hun nieuwe rol kunnen optimaliseren. Geen gemeente op afstand met een afrekenfocus, maar een gemeente die participeert in de werkelijkheid van de individuele burger, met de focus op bijdrage. Op individueel niveau kan de gemeente de gewenste bijdrage (zoals een logeervoorziening) bepalen.

Ik denk dat menig wethouder de uitwerking onderschat van zijn eigen participatie in een gezinshuis. Door een positief kritische benadering van de kinderen en gezinshuisouders, ontstaat bewustzijn over waar het in essentie om gaat, n.l. wederkerigheid. Je zult het echt samen moeten doen. Ik heb van kinderen teruggehoord dat een wethouder had meegegeten en dat een bepaalde vraag of opmerking nagalmde. Toenemend bewustzijn bij jongere, gezinshuisouder en wethouder; daarmee worden gezinshuisouders echt ondersteund!