Dat stelt de Kinderombudsman vandaag bij het verschijnen van de Kinderrechtenmonitor 2014. Dullaert maakt zich grote zorgen. De Kinderrechtenmonitor 2014 kent ruim 200 pagina’s. Wie de moeite neemt om de monitor echt door te nemen, ontkomt niet aan het gevoel dat we echt tekort schieten. Ik heb specifiek gekeken naar de Jeugdzorg binnen deze monitor.

Drie aanbevelingen kregen in de vorige Kinderrechtenmonitor de hoogste prioriteit. De eerste betrof het aanbod aan woonplekken voor uithuisgeplaatste kinderen waarbij er voldoende aandacht moest zijn voor het uitgangspunt dat plaatsing in een pleeggezin voorrang verdient. In de monitor van dit jaar komt naar voren dat kinderen die uit huis geplaatst worden, steeds vaker in de pleegzorg terecht komen. Dat is een positieve ontwikkeling.
Toch is er nog altijd een grote groep kinderen die in een instelling voor residentiële zorg wordt geplaatst. Het is onduidelijk of de rechten van kinderen in alternatieve zorg voldoende worden nageleefd, zegt Dullaert: “Voor alle vormen van zorg na een uithuisplaatsing geldt dus dat weinig data beschikbaar zijn over de invulling van die geboden zorg.” Dat vind ik ernstig.

Hoe wil je sturing geven aan het meest kwetsbare deel van de zorg voor jeugd, nl. de uithuisgeplaatsten, als je geen gegevens hebt over de invulling ervan. Is dit niet, in de kern, het meest krachtige signaal om residentiële zorg waar mogelijk te ontmantelen?

We moeten ontzorgen en normaliseren, zo luidde het advies van de RMO (Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling) van november 2014. De focus leggen op herstel van kwaliteit van het alledaagse leven en dat ook borgen in situaties waarin meerdere problemen op elkaar inwerken. Wanneer uithuisplaatsingen inhuisplaatsingen worden (in een pleeggezin of gezinshuis) wordt het in de straat en in de wijk zichtbaar hoe die zorg ingevuld wordt.

Pas als dat resultaat in een volgende Kinderrechtenmonitor zichtbaar is kunnen we praten over een werkwijze die zich goed verhoudt met de IVKR. We hebben een duidelijke weg te gaan. De transitie Jeugdzorg geeft de richting aan.

Tot slot:
Dullaert zal vandaag pleiten voor een kinderrechtentoets, net zoals in Vlaanderen. „Deze toets weegt de belangen van kinderen en moet standaard worden uitgevoerd bij de ontwikkeling van nieuwe wet- en regelgeving die effect heeft op kinderen en jongeren.” Daar ben ik het van harte mee eens.