Afgelopen zondag was het moederdag. Vaak wordt gezegd dat deze dag is uitgevonden door de media en de commercie, maar een dag ter ere van moederfiguren is al terug te vinden in het oude Griekenland. De oorsprong van Moederdag zoals wij het nu kennen, is echter afkomstig uit Amerika. 

Moederdag heeft verschillende oorsprongen. Zo werd in het klassieke Griekenland de Rhea, de grote Moeder der Goden, vereerd. De katholieke kerk vereert al eeuwenlang de moeder van Jezus, Maria. In Amerika kwam de Moederdagtraditie in 1870 op gang. Julia Ward How startte een grote publiciteitscampagne voor een dag die in het teken moest staan van pacifisme en ontwapening door vrouwen. De dag werd echter pas echt populair in 1907, toen Anna Marie Jarvis haar eigen moeder begon te eren die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) voor medicijnen en andere goederen voor moeders had gezorgd. In 1914 besloot de Amerikaanse president Woodrow Wilson dat elke tweede zondag in mei voortaan de nationale feestdag  Mother’s Day zou zijn. Nederland nam deze traditie in 1925 over.

Een kleine anekdote uit ons gezinshuis. Patty is 14 jaar en woont inmiddels twee jaar in ons gezinshuis. Na een heftig eerste jaar is zij inmiddels aardig geland bij ons. De heftige scenes uit het eerste jaar komen bijna niet meer voor.
Ze is ‘thuis’ en noemt dat ook zo. Het is inmiddels ook al drie jaar geleden dat Patty haar moeder heeft gezien. Een paar telefoontjes in die twee jaar, een enkele keer een appje en dat is het.

Maandagmiddag zei Patty: “Ik heb mijn moeder een berichtje gestuurd voor moederdag.”
“Goh wat leuk”, antwoordde mijn vrouw.

“Ik heb een berichtje terug gehad van mijn moeder. Heel lief.”
Ze las het voor. Het was kort en erg op zichzelf gericht. “Goh wat leuk. Dank je wel.”

Geen vraag naar : “Hoe gaat het met jou?”
Geen opmerking dat moeder dochter mist.

En Patty? Patty zei: “Wat lief van mijn moeder hé?”