Er bestaan vele manieren om de dynamiek van de huidige tijd aan te duiden. We hebben de financiële crisis, de vertrouwenscrisis, de vluchtelingencrisis en nog meer van dit soort karakteristieken. Ze ademen eigenlijk allemaal hetzelfde uit; de bestaande werkelijkheid is in het geding, het is crisis…

Nou ben ik niet zo van het statische en het vasthouden van datgene wat “is”. Ik ervaar het leven als een ontwikkelingsweg. Een voortdurend wakker worden aan nieuwe ontdekkingen in je zelf en in je omgeving. Dat “waarnemen” en er vervolgens begrippen bij vinden waarmee je het kunt duiden, wordt ook wel het “kenproces” genoemd. Het denken brengt de waarneming in relatie tot begrippen.

Loskomen en ontwikkelen
We kunnen ook anders gaan kijken naar de dynamiek van de huidige tijd. Niet in termen van crisis, maar in termen van loskomen en ontwikkeling. Zo kijk ik ook naar de jeugdzorg. In het begrippenkader van veel mensen verkeert die in een crisis. Transitie en bezuinigingen zorgen voor verdwijnende banen en reorganiserende zorgaanbieders. Bestaande kennis over opvoeding worden vervat in protocollen en richtlijnen. In de praktijk lijken die de handelingsbekwaamheid vaak eerder te beperken dan te versterken. Opvoeden: we kunnen het niet meer, we durven het niet meer. Met een beetje gevoel voor drama kun je daarin het verval van onze samenleving zien aankomen.

Ik kijk er anders naar. We komen los van een aantal vastzittende opvattingen en structuren. Opvattingen en structuren die ons eerder in de weg zitten dan versterken. De jeugdhulp heeft zich teveel ontwikkeld tot een geldslurpende en in zichzelf gekeerde industrie. De focus ligt niet meer op het kernproces; het opvoeden van kinderen. De focus ligt op processen, bekostiging, kwaliteitssystemen en systeemindicatoren. Het opvoeden is verplaatst van relationele verwevenheid naar afstandelijke behandelobjectivering.

We zien het opvoeden niet meer als een gezamenlijke scholingsweg, maar als een activiteit die je verricht richting de ander (het kind). Het kind is een op te voeden object geworden in plaats vaneen deel van ons geheel. Ik ervaar dat we die werkelijkheid aan het loslaten zijn. Niet geheel bewust, maar het gebeurt. Kinderen in de jeugdhulp laten zich niet ketenen in allerlei evidence based programma’s. Mede gevoed door hun ervaringen staan ze uiterst kritisch ten opzichte van hun opvoeders. Je moet van goede huize komen om hun vertrouwen te winnen. Dat is maar goed ook. We willen immers geen makke schapen afleveren, maar krachtige en bewuste volwassenen, die ergens voor staan.

Competente rebellen
Op donderdag 19 november 2015 verzorgde prof. dr. Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, de vijfde Mulock Houwer-lezing met als titel ‘Mulock Houwer en het Maagdenhuis: over de opvoeding van competente rebellen’ (1). De Winter poneerde de stelling: ‘In een democratie moeten kinderen vreedzaam leren vechten’.

Ik ben bijna zover om te zeggen: “Fijn dat die crisis in de jeugdhulp er is”. Ik hoop zo, dat er ruimte komt om competente rebellen op te voeden. In de praktijk van gezinshuizen gebeurt dit al vaak. Gezinshuisouders sluiten aan bij de vermogens van kinderen en jongeren die veel te veel hebben meegemaakt. Velen van hen hebben herhaaldelijk huiselijk geweld meegemaakt en zijn daardoor tot in de kern van hun bestaan beschadigd. Ze vechten voor hun eigen bestaansrecht. Bij deze kinderen komt het er op aan de vechtlust om te buigen naar kansen en mogelijkheden. Dat vergt het uiterste van de gezinshuisouders. Ze realiseren zich dat ze zelf ook in het geding zijn. Er bestaat geen “te behandelen object”. Wat er is, is een kind die deel van je eigen geheel uitmaakt. Een jongere die zijn angst en frustratie uit woekert in jouw zieleleven. Je hebt last van zijn ellende. Je kunt het alleen samen ombuigen. Je moet als opvoeder ook zelf volop aan de bak. Geen te behandelen object, maar een gezamenlijk pad. Als die beleving er is, zowel bij het kind als de gezinshuisouder, ontstaat er verandering en ontwikkeling.

Wederzijdse verbinding
Die zienswijze, die handelswijze in de praktijk van gezinshuizen wordt onderbouwd door een nieuw concept over gezondheid ‘Gezondheid als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.’ (2) Hierin wordt gezondheid niet meer als een statische conditie beschouwd, maar als het dynamische vermogen van mensen om zich met veerkracht (resilience) aan te passen, en zelf regie te voeren over hun welbevinden.

In de praktijk leren we ook om zo te kijken naar complex getraumatiseerde kinderen. Kinderen in de jeugdhulp, die veel teveel hebben meegemaakt. We komen los van statische behandelopvattingen, maar gaan steeds meer in de dynamiek van de wederzijdse verbinding staan. In de omgang met deze kinderen realiseren we ons ten volle dat we deel uitmaken van het geheel.

We maken ons los van het idee dat de ander buiten ons te plaatsen valt. We gaan in de jeugdhulp weer de verbinding aan. Met het volle bewustzijn dat het daarbinnen gebeurt.

Gerard Besten
Bestuurder Gezinshuis.com

(1) http://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Lezing-Mulock-Houwer-en-het-MaagdenHuis.pdf
(2) Huber en van Vliet; internationaal tijdschrift British Medical Journal Open. 2016