Als er even een luwte ontstaat in de drukte van alledag en alleweek, is het lekker om vooruit te kijken en je gedachten de vrije teugel te geven. Dat deed PvdA-leider Diederik Samsom ook de afgelopen week. Hij wil kinderen al op driejarige leeftijd naar school sturen. Dat moet bijdragen aan het overbruggen van de kloof tussen ‘kansarm en kansrijk’.

Samsom schreef dit in een opiniestuk voor de Volkskrant. Volgens hem worden de verschillen in de samenleving groter en dreigen ze van generatie op generatie te worden overgedragen, “Sociaal-democraten mogen zich hier nooit bij neerleggen. Verheffing en verbinding is onze opdracht.”
Dat ronkt lekker; ‘Verheffing en verbinding is onze opdracht’. De vraag is of het klopt en of het aansluit bij de werkelijkheid van kinderen en jongeren in 2015. Wat mij betreft hangt er een ongelukkige klankkleur aan dit statement. Het klinkt een beetje paternalistisch en bevoogdend.

De grootste mogelijkheden liggen volgens Samsom “vóór de huidige start van het onderwijs. Niet-cognitieve vaardigheden worden vooral op zeer jonge leeftijd aangeleerd.”
‘Niet-cognitieve vaardigheden’ omvat thema’s als: regie nemen over je eigen leerproces, reflectie, leerstrategieën toepassen en samenwerkend leren. En als ik het goed begrijp, vindt Samsom dat kinderen van drie en vier jaar dat beter op school kunnen leren dan thuis.

Ik adviseer Samsom om eens goed rond te kijken op een plek waar kinderen en jongeren zijn die veel hebben meegemaakt en fors onder druk staan; in onze gezinshuizen. Ik citeer uit de brochure over gezinshuizen[1] van de VNG: “Slechts een kwart van de jeugdigen komt rechtstreeks uit het eigen gezin. Bij twee derde van de jeugdigen is een kinderbeschermingsmaatregel uitgesproken. Veel jeugdigen in gezinshuizen volgen speciaal onderwijs.”
Wat praktijkmensen dagelijks ervaren aan deze kinderen zijn twee dingen: hun grote loyaliteit aan hun ouders en hun enorme veerkracht. Loyaliteit is morele verbondenheid. Daaruit blijkt dat er grote kansen liggen wanneer we kunnen aansluiten bij de (latente) vermogens van deze kinderen.

Ik adviseer Samsom om zijn pijlen anders te richten. Niet op het onderwijs, maar op de samenhang rond kinderen. Kinderen groeien (zo u wilt “verheffen zich”), wanneer hun families dat doen.
Zolang er nog 380.000 kinderen en jongeren onder de armoedegrens leven[2], blijft die verheffing door de schoolleeftijd te verlagen een utopie. We leren in onze praktijken (de gezinshuizen) dat deze kinderen gedijen wanneer hun omgeving (fysiek, emotioneel en sociaal) veilig is, ze hun trauma’s kunnen uiten zonder opnieuw getraumatiseerd te worden en wanneer ze langdurig en herhalend gezonde ervaringen opdoen.

Als ik dan even mag ronken: het onderwijs kan echt vernieuwd worden, door dit vanaf het derde tot pak ‘m beet het zesde levensjaar in te voegen in het gezins- en familieleven. Dat sluit aan bij de kernvermogens van deze kinderen (loyaliteit en veerkracht) en het verbindt families. Regie nemen over het eigen leerproces, reflectie, leerstrategieën toepassen en samenwerkend leren zijn geen leerthema’s voor driejarigen, maar levensthema’s voor gezinnen.

 

 

[1] Brochure over gezinshuizen; De kracht van het gewone leven. Download >

[2] Kinderombudsman