Wat mij betreft had dit de titel moeten zijn van het artikel over de jeugdzorg dat afgelopen zaterdag in de Volkskrant stond. Het stuk gaat over het gezinshuis van Marga en Rob waarin zij samenleven met kinderen die een heftig leven achter de rug hebben. De gezinshuisouders schetsen het leven van deze kinderen: onmachtig, afwerend en vaak gedesintegreerd. Dat beeld onderschrijf ik; het gaat om kinderen die veel, vaak veel te veel, hebben meegemaakt. Kinderen en jongeren bij wie het leven zulke diepe sporen heeft nagelaten, dat het leven pijn doet. Daartegen verweren zij zich; niet bewust en doordacht, maar instinctief en reactief. Dat is de werkelijkheid bij kinderen die complex getraumatiseerd zijn. En de uitdaging waar gezinshuisouders voor staan.

Samenleven met deze kinderen en jongeren kan alleen, wanneer je baas over jezelf bent. Dat klinkt wellicht wat bot, maar is wel de sleutel tot herstelwerk in de levensloop van deze kinderen.
Alleen wanneer iemand baas is over zichzelf, kan hij evenwichtig omgaan met het leed en de trauma’s van de ander. Een noodzakelijke eigenschap voor een gezinshuisouder is dan ook zelforganiserend vermogen. Dat ‘zelforganiserend’ zijn, gaat verder dan het runnen van een huishouden, het planmatig werken met kinderen, het sturen van hun activiteiten en verbindend communiceren.
Zelforganisatie van een gezinshuisouder gaat ook over het ongedaan maken en herwaarderen van het eigen verleden, het verwerken van de eigen opgroei- en levensthema’s. Het gaat om een voortdurende zelfopvoeding waardoor de ouder/opvoeder in balans is met de eigen gevoelens en in het hier en nu optimaal kan functioneren. Dat klinkt simpel, maar is een levenswerk. Om met Nietzsche te spreken: ”Wees heer en meester over jezelf. Pas dan kun je iets in het leven van de ander betekenen.”

Via Gezinshuis.com werken inmiddels ruim 200 gezinshuisouders met het gedachtegoed van zelforganiserend vermogen. Zij weten en ervaren iedere dag dat ze meester moeten blijven over zichzelf. Ze realiseren zich dat, in relatie tot deze groep kinderen en jongeren, professionaliteit gaat over zelforganisatie, over zelfreflectie en verantwoordelijkheid nemen. Dat doen zij binnen een context zoals Marga en Rob die schetsen: een complexe situatie die snel neigt naar negativiteit.

Gezinshuisouders zijn ondernemer in de levensloop van kwetsbare, getraumatiseerde kinderen. Zij helpen deze kinderen, onvoorwaardelijk. Maken zich niet afhankelijk van wat anderen willen en doen. In het hier en nu geven zij richting aan de talenten van deze kinderen en spreken hun vermogens aan. Zij maken de jeugdzorg dienstbaar aan de levensloop van kinderen en niet andersom. Voelen zich geen slachtoffer van de omstandigheden.

Daarom mijn voorstel voor een andere titel boven het artikel. Want een professionele gezinshuisouder herkent de eigenaardigheden van deze kinderen als mogelijkheden en niet als beperkingen. Daarin schoolt hij zich. Met intervisie, coaching en trainingen. Gezinshuisouders moeten hun eigen reikwijdte niet onderschatten!