Volgens Kinderombudsman Marc Dullaert is de jeugdzorg ‘één grote proeftuin’ geworden waarin ‘Eigen Kracht’ teveel als mantra wordt gebruikt. In de gemeentelijke proeftuin wordt geëxperimenteerd met een andere toelating (via het domein van de gemeentelijke infrastructuur), een andere focus (participatie en burgerschap) en een andere bekostiging (op voorzieningenniveau).
Als de jeugdzorg echt verworden is tot ‘één grote proeftuin’, is het zaak om nu door te zetten naar een sociale, professionele en ondernemende sector! Daarin neem ik de bouw als voorbeeld.

In de bouw zijn er toezichthouders die zicht houden op het naleven van veiligheid, milieueisen, welstandsprotocollen e.d. De aannemers in de bouw trachten de binnengehaalde opdracht optimaal in te vullen; zowel inhoudelijk als financieel. Daartoe hebben ze een scherpe focus op bouwmateriaal, werkprocessen, vakmanschap, coördinatie en ontwerp. De analogie met de aannemers in de jeugdzorg is snel gevonden; de klassieke zorgaanbieders vervullen eenzelfde rol. Waar de vergelijking echter mank gaat, is bij de toerusting van de metselaar.Iedere aannemer heeft haarscherp op zijn netvlies dat de metselaar onbeperkte toegang moet hebben tot de bakstenen. Zonder bakstenen geen huis; zonder optimale toegang tot de bouwmaterialen voor de metselaar, ontstaan er haperende processen, een te late oplevering en stijging van de kosten.

De metselaars van de jeugdzorg (de zgn. werkvloer) hebben maar beperkte toegang tot de bakstenen. Die toegang houdt de aannemer voor zichzelf, omdat de angst heerst dat er anders meer bakstenen verbruikt worden dan afgesproken met de opdrachtgever. Daarin ligt de grootste ontwerpfout binnen de vernieuwde jeugdzorg.

Daarom mijn advies:

  • De sector moet stoppen Eigen Kracht als het voorliggende ontwerp te reclameren. Of, zoals een oudere vakgenoot ooit uitdrukte: ‘in gelul kun je niet wonen’.
  • De gemeente moet geen afspraken willen maken over het aantal bakstenen (het productenboek), maar over het op te leveren huis (opdracht verstrekken).
  • De zorgaanbieder moet de bakstenen (diensten en producten) niet gereguleerd willen afgeven, maar zich richten op de procesgang om te komen tot een goed huis.
  • De Jeugdzorgwerker moet onbeperkte toegang hebben en zich verantwoorden voor het werk wat hij oplevert (het gewijzigde Jeugdrecht en de beroepsregistraties lenen zich daartoe).

Dat geeft de meeste kans op een goed huis tegen geraamde kostprijzen!

Wanneer dat gebeurt, zijn we snel het stadium van proeftuin voorbij en is Eigen Kracht geen mantra, maar het cement wat onontbeerlijk is voor een goed bouwproces!