Zo begon de brief die Amin schreef aan premier Rutte in verband met het Kinderdebat in de Eerste Kamer op donderdag 20 november j.l.

Amin woont in één van onze gezinshuizen en had dolgraag mee willen doen aan het debat. Hij wilde de premier namelijk duidelijk maken hoe belangrijk het is dat kinderen in een gezin kunnen wonen (pleeggezin/gezinshuis) in plaats van een leefgroep/logeerhuis.

“Ik zelf heb in veel verschillende plekken gewoond, zo wel als in een gezinshuis en in een logeerhuis. Toen ik in het logeerhuis had gewoond was ik vaak boos als ik weer weg moest bij het weekendje logeren bij mijn gezinshuis (waar ik nu gelukkig vast woon dank zij goede beslissingen). Dat kwam omdat ik me vaak alleen voelde en niet fijn voelde, ik was dus boos omdat ik weer naar die gevoelens terug moest gaan, maar als ik bij mijn gezinshuis was voelde ik me blij en fijn. Maar toen was het dat ik eindelijk terug naar huis mocht en ja ik denk dat u het wel zou verassen dat het thuis ook niet beter ging. Er was elke dag weel ruzie tussen mijn broer en mijn moeder of tussen mij en haar. Ik was dus niet weg van die nare gevoelens. Toen gebeurde het, de ruzie was zo heftig op een avond dat de politie moest komen voor mij was dat niet echt erg want dat heb ik wel zo vaak mee gemaakt maar ik had al het gevoel misschien is het deze keer anders misschien kan weg van deze nare plek en ja ik mocht naar mijn gezinshuis en heb nog steeds contact met mijn moeder waar ik altijd van zou houden en mijn hermama (mijn gezinshuisouder) mag mijn moeder ook, want ik heb er vroeger al gewoond en mijn moeder vond het ook de beste beslissing. Nu heb ik rust en heb ik zelf geen zorgen en daarom is het dus beter voor het kind om bij een familie te horen, omdat je dan pas echt fijn voelt.”

Amin kon niet deelnemen aan het debat, omdat zijn moeder niet in staat bleek daar tijdig toestemming voor te geven. Amin vond het erg belangrijk dat zijn stem gehoord werd. Zijn brief wordt daarom door SOS Kinderdorpen (mede-organisator van het debat) wel opgestuurd naar de premier. Iedereen weet hoe belangrijk de rechten van het kind zijn. En gelukkig weten kinderen in Nederland dat zelf ook heel goed. Daarom gingen meer dan 75 jongens en meisjes gretig het debat aan met kinderombudsman Marc Dullaert. Tien van hen wonen in gezinshuizen.

‘Kinderen in de Kamer’ was een initiatief van SOS Kinderdorpen en Gezinshuis.com. Op donderdag 20 november, de Internationale Dag van de Rechten van het Kind, zaten deze kinderen op de stoelen van de Eerste Kamerleden, in de oudste parlementaire zaal ter wereld. Op het plafond zijn kinderen geschilderd die toekijken op de leden van de Staten-Generaal, opdat zij hun werk altijd doen in het belang van kinderen. De kinderen waren onder de indruk van deze belangrijkste zaal van Nederland, maar bleken ook in staat goed en krachtig te verwoorden wat hun mening is over allerlei onderwerpen. Deze dag werd duidelijker dan ooit: kinderen moeten het recht hebben om mee te praten over de zaken die hen aangaan. Dat genereert echt meerwaarde. Amins brief getuigt daar ook van.

Zijn brief eindigde als volgt:
“boks ouwe.
Veel liefs van amin
p.s ik vindt u echt een goede premier.”