Zijn de gemeentes goed voorbereid op de transitie, hebben ze hun data op orde, hebben ze een goed beeld van het domein wat ze overnemen? Etc. etc.

Er is de laatste tijd (en vooral de laatste weken) veel gezegd en geschreven over problemen die voorzien worden bij de transitie Jeugdzorg. Er worden zorgen geuit over de continuïteit van zorg voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Onderliggende cijfers zouden niet kloppen, aldus zorgaanbieders. Het CBS (Centraal Bureau voor Statistiek) zou een ander beginsel dan het woonplaatsbeginsel hebben gebruikt bij de toewijzing van dossiers aan gemeentes. Daardoor zouden bepaalde gemeentes miljoenen mislopen en anderen misschien teveel betalen. De druk neemt toe; organisaties en mensen voelen onzekerheid en soms paniek toenemen. Wat komt er op ons (en mij) af? Wat gaat dit betekenen in onze situatie?

De overgang van de Jeugdzorg naar de gemeentes, de transitie jeugdzorg, doet me sterk denken aan de Milenniumbug. Weet u het nog?
De Millenniumbug was een probleem dat in 20e-eeuwse computersystemen ontstond doordat bij het opslaan van de datum alleen de laatste twee cijfers van het jaar werden gebruikt. Eind jaren negentig ontstond er onder ICT-experts grote onrust over dit probleem. We zouden allerlei data kwijt raken, bij nutsbedrijven waren er in de millenniumnacht vaak dubbele ploegen personeel aanwezig en stonden noodsystemen startklaar, bij leveranciers van kritieke besturingssystemen was rond de jaarwisseling vaak extra ondersteunend personeel aanwezig en ook binnen de zorg verplichtte de Inspectie instellingen om calamiteitenplannen te ontwikkelen.
In die tijd was ik directeur van twee instellingen. Ik kan me de gesprekken nog herinneren binnen het management met de doemdenkers en de zelfverklaarde realisten. Het was in ieder geval een reële bedreiging. Hoewel een en ander groots in het nieuws is geweest, heeft de millenniumbug uiteindelijk veel minder problemen veroorzaakt dan vooraf werd gevreesd. Of dit kwam doordat de gevolgen toch minder waren dan gevreesd, of doordat veel kritieke systemen voorafgaand uit voorzorg al waren aangepast, is nooit duidelijk geworden.

Ook nu hebben we te maken met een overgang die diep ingrijpt in bestaande systemen. Zorgaanbieders vrezen achterstallige betalingen van gemeentes, met als gevolg liquiditeitsproblemen. Daarnaast vragen ze zich af of gemeentes voldoende middelen hebben om de benodigde zorg bij hen in te kopen. Er wordt op geanticipeerd door nu krimp binnen de organisatie te realiseren, in te grijpen op bekostigingsovereenkomsten met onderaannemers en dergelijke.

Ik zie paralellen met de Milenniumbug.
Eén van de belangrijkste vragen die ik me daarbij stel is of we wel vanuit de juiste systemen naar deze overgang kijken. Met de transitie wordt beoogd de sturing en financiering te stroomlijnen. Daardoor moet de kwaliteit verbeteren en efficiënter gewerkt worden. De-medicalisering en normalisering zijn daarvoor de te hanteren sturingslijnen. Is het daarom wel zo logisch door het venster van de zorgaanbieder naar de voordoende transitie te kijken? Regievoering gaat vanuit een kleinschalig perspectief vorm krijgen en niet meer vanuit institutionele kaders.
Is dit niet hét moment om het cliëntperspectief richtinggevend te laten zijn? Want gaat het de facto niet om de vraag of we voldoende sociale oplossingen kunnen genereren voor opgroeiproblemen? Oplossingen die niet in de diagnose-/behandelingsarrangementen gestalte krijgen, maar in verantwoordelijkheid en vakmanschap van beroepskrachten. Oplossingen die niet ‘georganiseerd’ hoeven te worden, maar herkend en gevolgd.
En daarbinnen rijst niet zozeer de vraag of gemeentes voldoende middelen voorsorteren, maar of ze ruimte weet te scheppen voor en tussen de burgers. Ik vind het Deense voorbeeld over de ‘Familieklas’ een mooi voorbeeld: ouders krijgen een vergoeding voor gemist inkomen, als zij structureel met hun kind op en met school aan concrete doelen werken, om samen te werken aan opvoedingsproblemen.

In mijn opinie zal de ‘transitie-bug’ geen systeemvraag blijken te zijn, maar een sociale vraag. De komende jaren ontwikkelen zich sociale oplossingen voor complexe problemen; niet vanachter de tekentafel, maar in het verlengde van het leven van de kinderen om wie het gaat. We gaan, hoe dan ook, met elkaar het begrip ‘participatiesamenleving’ vullen. Kleinschaligheid wordt de maatvoering.