Nu het openbare leven in Nederland weer op gang is gekomen na de zomervakantie maken organisaties zich op om de plannen voor het komend jaar te maken. “Wat zijn de externe invloeden die mede bepalend zijn voor onze koers? Wat zijn interne factoren? Wat willen we? Wat kunnen we? En hoe?” Deze en andere vragen dienen de komende maanden te leiden tot heldere en reële plannen voor 2016.

Als we de media mogen geloven dan is het goed mis in de wereld. Grote vluchtelingenstromen zijn op gang gekomen vanuit het Midden-Oosten en Afrika. Het lijkt wel een dijkbreuk waar geen houden meer aan is. Er wordt een groot beroep gedaan op menselijkheid en rechtvaardigheid. Zowel grootschalig op beleidsniveau als kleinschalig op persoonlijk niveau, door meer begrip voor elkaar te hebben.

Dat is mijns inziens de grote uitdaging voor 2016, die ook geldt voor de Jeugdzorg in het algemeen en gezinsvormen in het bijzonder. De overheid moet veel meer investeren in het welzijn van kansarmen, omdat daar de potentiële problemen voor de toekomst grotendeels ontstaan. En dat geldt dus in het bijzonder voor inhuisgeplaatste kinderen. Maar ook op persoonlijk niveau kan iedereen een belangrijke bijdrage leveren om naar vermogen anderen te helpen, ongeacht afkomst of huidskleur. De persoonlijke inzet van gezinshuisouders heeft nu al een voorbeeldfunctie in meerdere gemeentes. Dat hoor ik de laatste weken meermaals in gesprekken met wethouders. Menselijkheid en rechtvaardigheid zijn voor gezinshuisouders alledaagse werkwoorden, waarmee gewerkt wordt aan herstel van vertrouwen in individuele levens.

Daarom: Bij het opmaken van het jaarplan 2016 staat wat mij betreft bij ieder gezinshuis de vraag centraal hoe de continuïteit versterkt kan worden. Wat hebben gezinshuisouders nodig om het vol te houden?